| Clubgeschiedenis |
|
|
|
Precies 1275 inwoners telde Nuth aan het begin van deze eeuw. Een aantal kleinere woonkernen met hardwerkende boeren, zwoegende zelfstandigen en dagloners vormden de populatie. Van industrie was nog geen sprake. In de omgeving zocht men ijverig naar steenkool. Later zou dezelfde kool veel werkgelegenheid brengen. Het jaar 1918. In Compiegne tekenden de Geallieerden en Duitsland de wapenstilstand nadat bij Amiens de Duitsers een beslissende slag werd toegebracht. Het einde van de Eerste Wereldoorlog. Ons land, waaraan de wereldbrand grotendeels voorbij gegaan was, leefde in betrekkelijke rust. De Wet-Lely werd aangenomen. Wij gingen iets aan onze natte voeten doen. Met de bouw van de afsluitdijk en de inpoldering van de Zuiderzee werd de aanvang gemaakt. Een momentopname uit een turbulente tijd en het jaar waarin de Vaesrader Voetbal Club (V.V.C.) het levenslicht zag. 'Op de hei in de wei van Siemens en in de beemd langs de beek te Kathagen lag het prille begin van onze club', zei een van de oprichters die dichterlijk bloed in zich meedroeg. Want hoe verzin je anders zo'n schitterende volzin. Die oprichters waren Harry Philips, Armand Ledoux en Zef Keulers. Respectievelijk voorzitter, secretaris en penningmeester. Het illustere trio vergaderde in het koffiehuisje van Betje Franssen in Vaesrade en nog dezelfde dag (27 juni 1918) trokken de drie langs de deuren in het dorp om steun te vragen voor hun gloednieuwe club. Gespeeld werd op verschillende weilanden. De doelpalen sjouwden de voetballers gewoon van de ene naar de andere plek. Dan de Naanhof, vervolgens de Thullerhei, daarna Kathagen om tenslotte te eindigen in Reijmersbeek. V.V.C. speelde in den beginne uitsluitend vriendschappelijke wedstrijden en nam af en toe deel aan de series.Dat waren ontmoetingen tussen buurtteams, een soort wilde competitie met prijzen voor de winnaars. Droomstart Het volgend seizoen verscheen V.V.C. in de boeken en op de speelvelden van de Rooms Katholieke Voetbalbond (RKLVB). Dat jaar vormde de aanloop tot het eerste kampioenschap van V.V.C. Want in de competitie van 1920-1921 mochten de Vaesraadse voetballers zich de overwinnaars noemen. Promotie naar de tweede klasse en een jaar later waren zij weer de besten. Een tweede kampioenschap binnen drie seizoenen! Een droomstart. Succes trekt mensen als vliegen naar de honingpot. Uit allerlei buurtschappen, uit hoeken en gaten en van om de hoek. V.V.C. kende een toeloop van spelers. Het 'vreemde bloed' kroop al gauw waar het niet gaan kon en nestelde zich in het eerste elftal. Niet altijd tot genoegen van 'de eigen' spelers van Vaesrade en Kathagen. Die vonden zichzelf vaak terug in het tweede. Nuther mensen beheersten de club en aan de naam V.V.C. moest iets gedaan worden. Hiervoor werd te rade gegaan bij enkele Nuther studenten in Rolduc, die zich wel wilden buigen over dit probleem. Dit waren overigens jongere studenten die uit de boot gevallen waren bij de toenmalige voetbalclub 'Limburgia' aan het seminarie. Laten we het voorzichtig zeggen: de mindere goden op voetbalgebied. De naam was toen snel gevonden: Minor. Uit het Latijns geleend en betekent zoveel als 'de mindere', maar evengoed 'de jongere' of zoals u wilt (vrij vertaald): 'Een mindere die de tegenstander in zijn spel bedreigt'. Wat de studenten nu precies voor ogen stond bij het kiezen van de naam had hoogstwaarschijnlijk te maken met de gemoedtoe- stand van dat ogenblik. Die naamsverandering werd ingevoerd op 1 oktober 1922. Hoe het ook zij, de naam V.V.C. werd verdrongen door Minor en dat is nooit meer veranderd. De eerste internationale wedstrijd vond plaats tegen Hangelar bij Bonn. De nipte overwinning werd bekroond met een bokaal die nog steeds ergens in de prijzenkast van onze vereniging prijkt. Oud speler Sjeng Waltmans, momenteel 86 jaar oud, herinnert zich deze periode nog levendig. 'V.V.C. begon op een weitje in Vaesrade. Nol Rietrae stond in de goal, Zef Philips backte samen met Hub Custers, Guus Beckers was spil en Schoenmakers stond in de voorhoede. Van de eerste voorzitter Harry Philips weet Sjeng dat hij smid was, Armand Ledoux bleek een bakker te zijn en Zef Keulers bediende de molen in Kathagen. Later vervulde de legendarische Willem Leise de voorzittersfunctie, V.V.C. was toen Minor geworden. 'Of Willem ooit zelf gevoetbald heeft?' Sjeng moet smakelijk lachen. 'Hij had een buik als een bierton. Wel hebben zijn vijf zonen bij Minor gespeeld'. Het ging 'de mindere' voor de wind. In het seizoen 1922-1923 startte de ploeg in de 1e klasse van de R.K. Limburgse Voetbal Bond en werd prompt kampioen. De studenten Louis Beckers, Jo Jagersma, Jan Ackerman en Jef Philips stonden aan de basis van dit succes. Een kampioenschap en wellicht hadden de studentjes de naam wel moeten veranderen in 'de meerdere'. Door het prachtige resultaat belandde Minor in de landelijke voetbal-leaque. En weer behaalde Minor het hoogste platform. Nog lang is er nagepraat over de krachtmetingen met het Schinnense Armada. Dat gebeurde toen Minor een jaar later naar de 2e klasse R.K.F. promoveerde. Het kon niet op, want het volgende seizoen (1925-1926) ging het weer fantastisch. Slechts een iets minder doelpuntengemiddelde dan de kampioen vormde het obstakel voor de opstap naar de 1e klasse. Interne problemen en het vertrek van spelers brachten donkere wolken aan het Minorfirmament. De jongens uit Vaesrade voelden zich niet meer thuis bij ons en stichtten een eigen voetbalclub. Voetbal Vereniging Vaesrade (V.V.V.). Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat ze het prima deden. Ze bereikten bijna de 2e klasse van de K.N.V.B. Het jaar 1954 betekende het einde van deze club en diverse spelers werden weer opgenomen in de R.K.S.V. Minor. Mineur De periode 1934-1940 was niet om over naar huis te schrijven. Dertig leden stonden op de rol. Allround voorzitter Willem Leise en enkele getrouwen zagen zich voor een welhaast onmogelijke opgave geplaatst. Hoe te handelen? Een ommekeer kwam nadat Jan Haagmans erop aandrong meer jeugdige jongens uit Nuth in het elftal op te nemen. Deze facelift lukte wonderwel want midden in de oorlog (1942-1943) werd de jonge garde kampioen en promoveerde van de 4e naar de 3e klasse van de (K)N.V.B. Helaas moest Minor direct na de oorlog ervaren dat succes en tegenslag minder ver uit elkaar lagen dan vaak gedacht wordt. Tegen Tiglia vocht onze club voor wat zij waard was en wist degradatie op het nippertje te voorkomen. Andere tijden kondigden zich aan. De bittere oorlogsjaren werden verdrongen en Minor vond eindelijk in 1947 een vaste stek aan de Keelkampstraat. Ook al was deze accommodatie niet optimaal te noemen, ze was nog wel veel beter dan de knollen- velden waar onze club voorheen op gespeeld had. Thulle, Kathagen, Naanhof en andere locaties. Ouderen onder u kennen die plekken nog wel. Het nieuwe speelveld was te danken aan de stichting 'Sport- en Ontspanningspark'. Op 10 december 1946 had de gemeenteraad al besloten de plannen van de stichting te steunen. In hetzelfde jaar van de realisatie van het nieuwe sportpark hield de supportersclub 'Minor' een feestavond. Op zondag 9 februari. Er was ook een motto voor het feest: 'Maar nu doen we het zelf'. Het feestprogramma werd in eigen beheer samengesteld met als hoogtepunt de conferencier Keunings. Het orkest stond onder leiding van den Heer J. Roes. Toen begon een feestavond nog met een 'pittige marsch'. Voorzitter Math Cobben wenste iedereen 'n genotvolle avond waarbij hij hoopte dat iedereen na afloop zou zeggen: 'Zulke avonden stellen wij op prijs'. Er werd ook een clublied gezongen waarvan het refrein luidde: Als 'Minorsupporters' zijn wij steeds paraat Voor den duivel zijn wij niet bang Helpen de Minor steeds waar het maar gaat Door ons vrolijk supportersgezang Toch was niet alles pais en vree op die avond. Koeken en taarten werden verloot en plotseling stond de politie in de zaal en wilde de vergunning zien. Die was er natuurlijk niet. De verloting werd afgeblazen en de taarten verdeeld onder de aanwezigen. Werd de hoop van de voorzitter toch nog bewaarheid, want de supporters stelden de avond zeer op prijs, al was het maar door die gratis taart. Het verslag van deze bijeenkomst werd keurig opgetekend door de secretaris van de supporters- vereniging, J.L. Houben. In een blauw boekwerkje met de afmetingen van een half schoolschrift. Het nauwkeurig kond doen van die feestavond had 'n doel. Namelijk om de Minorjongens die in Indi� vochten, iets te laten proeven van de sfeer thuis. Om ze moed in te spreken, zoals de toenmalige geestelijk adviseur J. Clerx schreef. De beschrijving van de feestelijke avond ging dan ook per post naar de eenzamen in het voormalige Oost-Indie. Jeugd Omstreeks 1950 besefte Minor dat het aantrekken van jeugd voor de vereniging onontbeerlijk was. Continuiteit stond hoog in het vaandel van het bestuur. Aspirant-jeugdleiders kregen een opleiding en twee jaar later nam het eerste juniorenelftal deel aan de competitie. Het moet voorzitter Cobben geweest zijn die vond dat er leiding moest komen. Hij vond die in de persoon van Harry Rijkx. Die groepeerde een aantal adolescenten om zich heen. Enthousiast en vol vuur werden de zaken aangepakt. Twan Cremers, Harry Bertrand, Wiel Knubben, Jan Houben en Lei Meijers waren spelers van rond de twintig die zich wel wilden geven voor de opbouw van de jeugd. 'Ouderen bij Minor hadden geen tijd omdat die op zaterdag in de mijn moesten werken', herinnert Lei zich de aanvangstijd. Een roulatiesysteem zorgde ervoor dat de aspirant-leiders om toerbuurt een ander elftal kregen. Hub Ritzen, die Cobben opvolgde als voorzitter, schreef in voor de provinciale jeugdcompetitie van de KNVB en regelde ook het vervoer voor de jeugdspelertjes. 'We waren vooraf niet op de hoogte gebracht van die inschrijving', zegt Lei Meijers. 'Zo was Ritzen'. Sportieve successen bleven een beetje uit in de vijftiger jaren. Wel werd een aanvang gemaakt met de jeugdkampen. Die werden welhaast legendarisch. Uniek voor die tijd. Broekjes uit Nuth die zelden over de gemeentegrens kwamen gingen een week lang kamperen! Meijers: 'De NKS-leiding in ons kamp te Vught was zeer streng. Die kwamen 's nachts in de tenten controleren of er geen kattenkwaad werd uitgehaald'. Daarom besloot de Minorleiding het volgende kamp in Vlodrop op te slaan. Geestelijk adviseur, kapelaan Clerx, ging mee. 'Hij was niet van het kamp weg te branden, bang dat er iets zou gebeuren'. Controle alom. In 1955 fietsten de jongens naar Giesbeek en 1956, het jaar van de Hongaarse opstand, ging de rit naar Wassenaar. Ook op de fiets! In de buurt van Eindhoven werd overnacht en een dag later arriveerde het gezelschap doodop op de plek van bestemming. Tot overmaat van ramp was de afgesproken plek bezet en onze helden moesten genoegen nemen met een oude kippenstal. Meijers: 'Het stonk er enorm, maar dat deerde niet. Niemand van ons had ooit de zee gezien en dat maakte alles goed'. Een andere jeugdactiviteit was het houden van............. danscursussen. 'Ja, echt, danscursussen'. Lei Meijers weet het nog als de dag van gisteren. 'Er was verder niets voor de jeugd in Nuth'. De hele winter door dansten de Minorspelers en de Nuther meisjes in het patronaat. Hoensbroekenaar Jan Bomhof speelde voor dansleraar. Entree 1 gulden. En pastoor Helgers, die het eigenlijk allemaal maar niets vond, stond 's avonds nauwlettend door het raam te kijken.'Maar hij heeft nooit een opmerking gemaakt', zegt Meijers. Anekdote Meijers vergeet het nooit. Het was nog op het oude Minorveld aan de Keelkampstraat . In die tijd hadden clubs of gemeenten geen geavanceerde grasmaaimachines. Wie hield dan het gras kort zult u vragen op ongeveer een veld van honderd bij vijftig meter? Wel, dat deed de familie Slangen. De oude heer met zijn beide zonen Jean en Lou. Let wel: met 14 inch handmachientjes. Dezelfde die u en ik in onze tuinen gebruiken. Jean en Lou hadden een touw aan de maaier gemaakt en ... trokken. Senior Slangen duwde! Vindingrijk of niet? Nu we het toch over gras hebben. Lei Meijers is wat dat betreft onuitputtelijk. Ondanks het beulswerk van de familie Slangen werd de mat slechter en slechter. Voorzitter Ritzen piekerde zich suf. Wat te doen? Eureka. Waarom niet een weiland nemen en daar 'grouezen' steken. Hij benaderde een transportbedrijf en de eigenaar wilde wel enkele vrachtwagens beschikbaar stellen voor transport. Heel Minor stond daarop graszoden te steken en die werden keurig op het veld aan de Keelkampstraat gelegd. Kapelaan Clerkx, de geestelijk adviseur, keek bedenkelijk naar de steeds grote wordende hoop afgedankte zoden. Die moest natuur ergens heen. Sjeng Smeets, die wel van een practical joke hield zei: 'Dan graven we toch een enorm gat en sodem... eh, gooien die zoden daar gewoon in'. Het gezicht van Clerkx klaarde even op, maar hij had niet voor niets op het seminarie gezeten. 'En wat doen we dan met de grond die uit het gat komt'? Dat soort grappen werden er gemaakt. Lei denkt er met genoegen aan terug. 'Je moet het wel een beetje in de sfeer van die tijd zien'. In een latere periode werd Lei Meijers opnieuw bestuurslid. 'Ik had dat nooit moeten doen besef ik nu. De tijden waren danig veranderd. Langs de lijn stonden mensen die geen steek uitvoerden, maar je wel vertelden hoe je het allemaal moest aanpakken. 'Hard feelings heeft Lei niet. Daarvoor stroomt te veel Minorbloed door zijn aderen. Niet voor niets is hij regelmatig op de wei te vinden. Math van Kan Het was ook de tijd van oefenmeester Math van Kan. Deze voormalige middenvelder van 1e klasser Juliana voetbalde in zijn actieve periode tegen ploegen als PSV en bracht een behoorlijke dosis (voetbal)ervaring mee naar Nuth. Een trainerslicentie had van Kan niet. Kwam er onverhoopt controle van de bond dan zei hij laconiek: 'Ik train de ploeg gratis'. De Kerkradenaar speelde ook in Minor. Samen met voetballers als Hub Gerards, Louis Coenen, Zef Beerkens, Xeve Vonken en Jules Mengelers. Voorzitter en eier-handelaar Mathieu Cobben bracht regelmatig een doos eieren mee voor de sympathieke oefenmeester. De genegenheid was wederkerig. 'Ik vond Cobben een goeie kerel. Een heel gewoon iemand', zegt Math die nog altijd in Eygelshoven woont. Als administratief beambte op de Willem Sofiamijn kon hij altijd de trainingen verzorgen. Niet gebonden aan wisseldiensten fietste Math ��n keer per week naar Nuth, want vaker werd er niet getraind. Dat bleek overigens voldoende: zijn elftal werd kampioen. Tot 9 december 1952 speelde Minor 12 wedstrijden, won er negen, speelde twee keer gelijk en verloor een duel tegen Marsana. Standaard moest vervolgens het hoofd buigen in de promotie- wedstrijden tegen het Minorgeweld en onze club stond met beide benen in de 2de klasse van de KNVB. In het chique Hotel de Dael werd deze mijlpaal gevierd met een diner voor de kampioen. Op het menu stond een slaatje, kippesoep, gebak- ken of gekookte aardappels, varkensfricandeau, diverse groenten, ijs met vruchten en koffie met vlaai. De wijnkaart vermeldde Moselblomchen. Precies twee jaar duurde de weelde voor onze club. Debet aan de degradatie in 1954 was het wegvallen van enkele klassespelers zoals Hub Gerards en doelman Smeets. 'Jammer genoeg was de jeugd van Minor op dat moment nog niet zover om de ontstane hiaten op te vullen', herinnert Math van Kan zich. In die jaren had Nuth ongeveer 5500 inwoners. Drie�nvijftig woningen verrezen aan de Keelkamp- en Minorstraat. De gemeente Nuth gaf bijna 600.000 gulden uit voor verbeteringen aan de wegen in de bovengehuchten en kocht het oude landgoed Nierhoven, elf hectaren groot, dat uiterst geschikt was als toekomstig recreatiegebied. Een jaar voor het veertigjarig bestaan van onze vereniging miste het eerste elftal de boot en greep thuis door een nederlaag tegen Ammelie naast het kampioenschap. Nota bene de laagst geplaatste ploeg op de ranglijst. Hoensbroek en Heugem stonden lachend op de achtergrond, speelden tegen elkaar en de Hoensbroekenaren promoveerden tenslotte. Veertig Maar geen nood. In 1958 vierde Minor het veertigjarig bestaan en de ploeg meende het bestuur te moeten verrassen met een kampioenschap. Kon het mooier? Viering van vier decennia voetbal in Nuth en dat ook nog bekronen met een promotie naar de 2e klasse? Dat gebeurde in de beslissing- wedstrijd tegen Rios op het neutrale Sittardia- terrein. In de tweede verlenging scoorde onze club het beslissende doelpunt. Negen doelpunten vielen er in die ontmoeting, waarvan wij er vijf scoorden. Twee jaar later, in 1960, bereikten onze groen- witten de hoogste afdeling van het Nederlands amateurvoetbal. De 1e klasse van de KNVB. Op 3 april mochten onze jongens de kampioensvaan triomfantelijk omhoog houden. Een periode, als we even verder kijken dan het voetbalveld, van opmerkelijke ontwikkelingen. De Duitsers betaalden 280 miljoen mark vergoeding voor geleden oorlogsschade, het begon te rommelen in Nieuw Guinea en de 25-jarige automonteur Henk van der Grift werd in Goteborg wereldkampioen bij de allround schaatsers. Het nozemtijdperk liep ten einde en steeds meer vrouwen gingen over op de pil. In Amsterdam speelden zich hysterische taferelen af toen de Beatles de stad bezochten. Al die turbulentie belette minor niet om in 1964 op het Hoensbroekterrein gewoon haar sportieve plicht te doen en tegen Miranda de districtsbeker van de KNVB te veroveren. Onze vereniging maakte duidelijk een bloeiperiode door. Accommodatie Op 27 juni 1965 werd letterlijk en figuurlijk gesproken een echt hoogtepunt bereikt. De feestelijke opening van het nieuwe Gemeentelijk Sportpark. Jarenlang hadden leden van onze vereniging geploeterd om het oude veld bespeelbaar te houden. En eigenhandig de overgenomen MVV-tribune aan de Boschpoort afgebroken, op vrachtwagens geladen en weer opgebouwd in Nuth. Toen het karwei voor de tweede keer moest geklaard worden (verplaatsing) zat het tegen. Op het nieuwe sportpark keurden strenge gemeente- ambtenaren de hoogte af omdat onder de tribune de kleedkamers en kantine gebouwd waren. Er was geen rekening mee gehouden dat dit de tribune wel erg ver de lucht in zou brengen. De twee meter teveel werd er weer afgezaagd, ook al ging dat niet echt met enthousiasme gepaard. Minor had eindelijk een accommodatie die paste bij de stand van een 1e klasser. Tegelijkertijd breidde onze club haar sportieve activiteiten uit met handbal en tafeltennis.Via de televisie kondigde koninging Juliana een dag later de verloving aan van haar dochter Beatrix met de 38-jarige Claus von Amsberg. Dat heeft natuurlijk niets met voetballen te maken, maar roept even de actualiteit op van die dagen. Koopal De komst van trainer Coy Koopal als opvolger van Louis Struver was de aanloop tot een fantastisch Minorjaar. Ongeslagen de top bereiken in de 1e klasse. Het 2e elftal deed er nog een schepje bovenop en behaalde eveneens het kampioenschap in de reserve 2e klasse. We hebben het natuurlijk over het jaar 1967. Oud-trainer Koopal denkt met plezier terug aan zijn Minorperiode. Mag ook wel een beetje, want hij kwam in een gespreid bedje terecht. De ploeg van voorganger Struver 'stond' zoals dat in voetbal- termen verwoord wordt. Dat geeft Koopal ook volmondig toe. Er was meer. Buiten het speelveld klikte het ook uitstekend tussen de spelers, bestuur en trainer. Wat te denken van leider Giel Ritzen die samen met zijn echtgenote voor sfeer zorgde. Het echtpaar dat thuis maaltijden klaarzette voor de spelers en de ploeg die na de wedstrijd nog enkele uurtjes gezellig uitging in Nuth. Het echtpaar dat thuis maaltijden klaarzette voor de spelers en de ploeg die na de wedstrijd nog enkele uurtjes gezellig uitging in Nuth. Met echtgenotes en kennissen, dat spreekt. Kortom: een vriendenploeg. Dat kwam tot uiting op het veld. Geen wedstrijd ging verloren. Dolle taferelen toen Minor het kampioenschap behaalde. Helemaal leeggespeeld ploften de spelers op het Riosveld neer. 'Het had echt niet langer moeten duren', weet Koopal. 'Maar dat was het waard. Zoiets maak je maar ��n keer in je leven mee. Uniek. 'Meer dan prachtig'! De Nuther bevolking liet zich van de beste zijde zien. Dubbeldik stonden de mensen langs de weg om de helden te verwelkomen. Koopal liep met zijn eega voorop in de stoet. Het kampioensfeest duurde tot in de vroege ochtend. Gezondheidsfreak Koopal, die nooit een sigaret opstak en geen druppel alcohol aanraakte, deed voor het eerst een flinke scheut cognac in zijn Seven-Up. Direct na het feest moest Minor weer aantreden. Het algemeen kampioenschap van Nederland stond op het programma. De finale tussen zaterdag- en zondagamateurs. Wie werd de beste ploeg van Nederland? Minor had uitmuntende papieren. In Middelburg werd met 0-1 gewonnen. Thuis hadden de groen-witten genoeg aan een gelijkspel. Bij de warming-up blesseerde doelman Eugene Cleiren zich. Koopal vond dat hij toch onder de lat moest, zeker nadat Cleiren te kennen gaf te willen spelen. Duizenden zagen onze ploeg op voorsprong komen. Er leek geen vuiltje aan de lucht met 2-0. Na de pauze werd het zelfs 3-1. Ergens ging het toen mis. Middelburg kwam op 3-3. Nog was die stand voldoende om Minor onsterfelijk te maken. Enkele minuten voor het eindsignaal. En toen kwam die hoge bal. Normaal zou Cleiren die simpel gepakt hebben. Niet deze keer. Hij miste zijn gewone sprongkracht en de bal verdween in het net. Een golf van ontzetting spoelde door de rijen supporters. De droom bleek voorbij. Over en sluiten. 'Een hard gelach', zegt Koopal alsof het de dag van gisteren betreft. Hij zag spelers met tranen in hun ogen de kleedkamer van Middelburg binnengaan om de landskampioen te feliciteren. 'Toch had ik die ambiance voor geen goud willen missen'. Goud Over goud gesproken. In 1968 vierde onze vereniging het vijftigjarig bestaansfeest. De deceptie van de gemiste landstitel werd weggespoeld met wijn in het Italiaanse Cisano waar het hele elftal met vakantie ging na het zware seizoen van 1967. Bestuur, leden en supporters stortten zich daarna vol overgave in de feestelijkheden. 'Proficiat', zei burgemeester drs. H. Schmedding. 'Wij zijn er als gemeente trots op een 'mindere' te bezitten die de meerdere (major) van vele sportteams is'. Ook oud-burgemeester H. Starmans richtte enkele vriendelijke woorden aan het adres van de jubilaris. Erevoorzitter Hub Ritzen, jarenlang een gedreven en gewaardeerde voorzitter van onze club, memoreerde zijn pijn dat hij juist in het jubileumjaar de draad van zijn 'levenshobby' had moeten doorknippen. Drukke werkzaamheden maakten dat hij een keuze moest maken tussen een liefhebberij en zijn werk. Wijlen Hub Ritzen heeft veel voor Minor gedaan. Meer dan twintig jaar had hij de leiding bij onze vereniging. Oud-penningmeester Jan Custers denkt dat hij de beste voorzitter was die Minor ooit heeft gehad en daar staat hij niet alleen in. Veel Minormensen vinden dat. 'Organisatorisch perfect en hij nam initiatieven. Ritzen had het helemaal in zijn vingers. Hij bouwde kleedkamers en kocht de tribune van MVV voor f 7500,=. Om maar eens een paar zaken te noemen'. Heinz Paffen volgde Ritzen op. De euforie van de voorgaande jaren veranderde gaandeweg. Een moeilijke tijd volgde. Coy Koopal kon zijn elftal met moeite behouden voor de 1e klasse. Zijn vertrek en dat van enkele spelers brak onze club op. Op 20 april 1969 knapte het lijntje en degradatie naar de 2e klasse was het gevolg van twee seizoenen kwakkelen. G. Hebtenaar, hockeytrainer van origine, werd de nieuwe stuurman van de ploeg en het bestuur zag de enthousiasteling tijdens de training voorop lopen. Promotie. Hij hield dat precies een seizoen vol en een reeks van oefenmeesters maakten hun opwachting in Nuth. Andre Maas deed de hoop weer leven. Op 23 mei 1971 speelden onze groen-witten een beslissing- wedstrijd op het Ceasarveld in Beek tegen WVV '28 en deden wat ze moesten doen. De 4-1 overwinning leverde een vrijkaartje op voor een rit naar de 1e klasse. Minor was terug op het hoogste amateur-podium. En verbleef daar tot 1974. Toen besloot de KNVB de hoofdklasse in te stellen. De beste teams in de eerste klasse schoven automatisch door naar de hoofdklasse. Wij hadden de pech op dat ogenblik te degraderen en stonden pardoes weer in de 2e klasse. 'Eigenlijk een dubbele degradatie', zegt secretaris Leon Pansters. 'Want met een beetje mazzel was Minor hoofdklasser geworden'. Het mocht echter niet zo zijn. Voorzitter Heinz Paffen werd opgevolgd door H. Plass. Penningmeester Jan Custers zei zijn kasboeken vaarwel. Jean Houben trainde dat seizoen het eerste elftal, werd afgelost door J. Wetzels die op zijn beurt het roer in november van 1974 al moest overgeven aan oud-speler Piet Kusters. En (interim) Piet zat met de gebakken peren. Ondanks zijn inspanningen duikelde Minor over de rand. In de 3e klasse mocht onze vereniging nieuwe krachten opdoen. Aanpakken Toch zijn die jaren van meer eb dan vloed van grote invloed geweest op de samenhorigheid binnen 'de Minor'. Ook al liep het binnen het speelveld niet altijd even gesmeerd, daarbuiten werd flink in de handen gespuugd. Een tijd van aanpakken en niet veel zeuren. De accommodatie had dringend behoefte aan een facelift. Bouwbedrijf Jarino BV maakte een offerte voor de renovatie van de kantine en de bouw van een bestuurskamer. De dato: 23 mei 1973. Enkele maanden daarvoor had voorzitter Paffen een paar vertegenwoordigers van de stichting Jeugd, Sport en Recreatie Nuth rondgeleid in en op het sportcom- plex. Die werden daar bepaald verdrietig van. De toestand van de vloeren en riolering bleek bijzonder slecht te zijn. Het bestuur kwam met een intentie- verklaring en deelde mee dat de sportvereniging voor veel inwoners van Nuth een actieve en een passieve recreatie bood. Daarom was een goede accommodatie een must. Een lid van de stichting was het eerder tijdens de rondgang op de sportvelden niet eens met deze gedachtegang. Hij verkondigde met stelligheid dat het professionele voetbal het patent had op de passieve recreatie en het amateurvoetbal zich uitsluitend op de actieve kant moest concentreren. Of het allemaal niet een onsje minder mocht met de verbouwing? Kennelijk was hij de vele duizenden toeschouwers vergeten die tijdens het seizoen langs de lijn stonden. Het kwam die dag tot een flinke woordenwisseling tussen de toenmalige voorzitter en het stichtingslid. 'Onparlementair" noemde de secretaris het later in zijn verslag. Renovatie. Het eerder ambitieuze plan werd enigszins teruggeschroefd. De kosten, groot 120.000 gulden, werden 'broederlijk' verdeeld tussen onze club en de gemeente Nuth. Dat wil zeggen: eenderde voor rekening van de gemeente en tweederde voor Minor. In 1974 kon het lint doorgeknipt worden. De accommodatie van Minor was er, eerlijk is eerlijk, een stuk beter op geworden. Al keek de penningmeester bedenkelijk tegen de schuldenlast aan. Daarbij had hij tijdens de zeven bouwmaanden geen kantine-inkomsten gehad. H. Plass was zoals bekend de nieuwe voorzitter die op zijn beurt in 1978 opgevolgd werd door Jo Houtvast. De episode van 1972 tot pakweg 1982 was niet de spannendste in het bestaan van onze vereniging. Tien jaar die zonder noemenswaardige wapenfeiten voorbij gleden. Math Schmeitz, Harry Senden en Jan Hermans waren trainers die onder meer in dat decennium actief waren. Senden zorgde bijna voor een verrassing in 1983. De behaalde tweede plaats gaf recht op promotiewedstrijden. Helaas vond hij zijn Waterloo op het Helden-terrein in de beslissende ontmoeting met medekandidaat Waubach. Veel spelers lieten Minor in de steek. De man na Senden was Jan Hermans, bleef twee seizoenen en behoedde Minor in 1985 net voor degradatie uit de 3e klasse op het UVC-terrein in Ulestraten. Winkelmolen Met de komst van Pierre Winkelmolen in 1985 werd de Minorfilosofie een beetje overboord gezet. Die was tot dan: zoveel mogelijk werken en spelen met jongens die uit Nuth afkomstig zijn. Het loslaten van die gedachte had een achtergrond. Financieel gezien was het de voorgaande jaren op een fiasco uitgelopen. Allerlei oorzaken lagen hieraan ten grondslag. Er stond een schuld van tienduizenden guldens. Jos Hermans durfde het kort daarvoor aan om op het zinkend schip noodreparaties te verrichten. Als voorzitter klopte hij voor raad en vooral hulp aan bij het Nuther bedrijfsleven. Drie ondernemers, Heuts, Habets en van Doezelaar stelden de daadkracht van Hermans en secretaris Pansters op prijs, saneerden de schulden met behulp van andere zakenmensen en een financieel plan. Ze zorgden zelfs voor een paar extra centen in de kas. Het plan behelsde een periode van drie jaar. Anderhalf jaar na dato voer het Minorschip weer, van een nieuwe romp voorzien en fris geverfd. Aan het roer stond Winkelmolen. Het strikken van Winkelmolen, die nog in onderhandeling was met RKONS over contractverlenging, had te maken met de vasthoudendheid van Leon Pansters. Die wist dat de trainer twijfelde over dat extra jaar bij RKONS. Na de Minorvergadering, hing hij 's nachts aan de telefoon en vervoegde zich direct daarna in de woning van de Heerlenaar. 'Eerlijk waar, midden in de nacht!', zegt Pierre. 'De volgende dag stond hij weer op de stoep, maar nu met een bos bloemen voor mijn vrouw', lacht Winkelmolen. Hij kon zulke acties wel waarderen. Jeugd en andere spelers brachten een volledig vernieuwd elftal binnen de lijnen. Het eerste Winkelmolenjaar werd succesvol. Na Hopel mocht Minor zich de beste ploeg noemen in de 3e klasse. Er stonden weer volop toeschouwers langs het veld. Het net gemiste kampioenschap vormde de springplank tot het echte werk. Tilsky, Wilhelm, Vliegen, Kroon, Limpens en enkele anderen zorgden voor versterking in de nieuwe competitie. Trouwe supporters bekeken de 'invasie' sceptisch. Waar moest dat heen? Winkelmolen wees de weg. Bikkelhard en op eigenzinnige manier leidde hij het vreemdelingenlegioen naar de top. In de oefenperiode kwamen Feyenoord, Dynamo Boekarest en OFI Kreta naar de Nuther dreven. Bracht een leuke cent op voor de club. Eindelijk De competitie begon met een lichte teleurstelling: 1-1 thuis tegen Abdissenbosch. Trainer Winkelmolen foeterde op de scheidsrechter. Gaandeweg begonnen de kampioenskandidaten zich te profileren. Minor en RKBSV nestelden zich aan de top van de standenlijst. Vaesrade wilde zich niet neerleggen bij de hemegomie van het tweetal en mengde zich in de strijd. Vele honderden zagen weer derby's tussen Minor en Vaesrade. Oude rivaliteit laaide op. En toen kwam het schitterende moment in klasse 3B van de KNVB. De ploeg van Winkelmolen versloeg RKBSV met 2-0 en concur- rent Vaesrade ging verrassend onderuit bij Mariarade. Eindelijk, na zestien jaar weer een kampioenschap in Nuth. Burgemeester Ellie Coenen kwam persoonlijk spelers, bestuur en trainer de hand schudden. En het chinees restaurant in Nuth kon de invasie van hongerige kampioenen niet aan en obers moesten de schalen met nassi naar het tegenover gelegen cafe slepen. Daar zat de rest van de feestvierende spelers.'Mooie tijden', verzucht Pierre Winkelmolen. Schaatsen Mooie tijden waren het ook op een andere manier. Het bestuur brak zich in de winterperiode het hoofd over wat extra inkomsten. Het vroor. Minor zag het licht. Natuurlijk, waarom geen ijsbaan maken? Transportondernemer Nic Brass� toonde zich bereid materieel te verstrekken en 's nachts stonden de bestuursleden op de verharde speelvelden aan de Keelkampstraat met ijspegels aan de neus water te spuiten. L. Pansters sr. zorgde voor liters koffie. De volgende dag zwierden de Nuther inwoners over de baan. Bergen warme hapjes, hectoliters soep en hete chocolademelk verdwenen in de hongerige magen. De Minorkassa rinkelde vrolijk. 'Op het moment dat het geld slinkt bij een club dan is het prettig om te zien dat de handen ineen geslagen worden', zegt Jos Hermans. Na het kampioenschap bracht Minor meer jeugd- spelers in het elftal. Het werd knokken, want routine en ervaring opdoen vergt tijd en vooral geduld. In 1988-1989 werd duidelijk dat er niet aan de verwachtingen voldaan kon worden en wij deden jammer genoeg een stapje terug. Terug in de 3e klasse. Frans Spronck, een beminnelijk mens, volgde Winkelmolen op en veroverde in zijn tweede jaar een periodetitel. Overigens leverde die geen prijzen op in de nacompetitie. Blijft er over een blik in de toekomst te werpen. Waar zal 'de Minor' uitkomen? Wat zijn de doelstellingen? Hogerop voetballen ten koste van veel inspanningen? Als leden zich daadwerkelijk zullen inzetten, blijft Minor een ploeg waar het goed vertoeven is. En de vraag op welk niveau onze club zal spelen zal van ondergeschikt belang blijken. |





